dinsdag 4 maart 2014

Hoej Geet

Herinneren jullie nog dat Roodstaart vorig jaar het beeld van de Hoej Geet bezocht langs de oever van de Rode Beek?
Ik vertelde jullie toen dat dat beeld heel belangrijk voor Schinveld is.






Vandaag is de dag dat ik ga uitleggen waarom dat zo is.


Allereerst een flink stukje geschiedenis , gekopieerd van de officiële site van het Hoej - Hoej Comité  KLIK


***
“En dan loate v’r een geet op ….
Mit ee gesjtrikt udder,” zei Frans tegen een verzameling mannen – rond een drietal bijeen geschoven tafels – op zondagmorgen 27 februari 1960 – schrikkeljaar – na de hoogmis – carnavalszondag – in het nieuwe café Van Asten – Ter Hallen 8 – in Schinveld.
Het bonte gesprek stopte en iedereen keek naar Frans. “Dat heb ik tenminste wel eens gehoord. Dat ze vroeger als ’t feest op z’n hoogst was wel eens uitriepen en dan loate v’r een geet op mit ee gesjtrikt udder.” Maar iemand uit de groep zei: “Nee, dat was anders. Net als niemand meer iets wist te verzinnen en het feest dreigde uit te gaan als een nachtkaars, dan werd die kreet wel eens geroepen om de feestvierders nog eens te activeren.”
’t Was die zondagmorgen een gezellige boel in het café. Rond een drietal tafeltjes hadden zich een tiental mannen verzameld, merendeels komend van de Eindstraat, die al ‘klazzionerend’ de achteruitgang van de Schinveldse vasteloavend bespraken. Wel vierden de inwoners de carnaval als vanouds in de zalen en cafés, maar de uiterlijke vieringen zoals bonte avonden, auw-wieverbal en optocht waren dankzij twee rivaliserende carnavalsverenigingen of afgeschaft of ’t bekijken niet meer waard. De zeer korte optocht van de laatste jaren zat velen het meest dwars.
Jan vond dat er almaar minder wagens kwamen. Joep vond de verzorging knudde. Vanaf het buffet riep Karel dat de route anders moest. Sjeng meende dat er meer groepen moesten komen. Arnold wist ook niet hoe het aan te pakken. They wees op de optocht van Keulen die ieder jaar een motto had dat ideeën bracht bij de deelnemers. Misschien was dat ook iets voor Schinveld. Zo was volgens hem het Keulse motto van dit jaar (1960) Der Kölner Zoo. Waarop Huub zei dat dat misschien ook een motto voor Schinveld was. Er volgde een opsomming van Schinvelds dierenwereld zoals de zandjhaze, de meute, ’t kowrenne (reeds in 1939), de mussje, de waal of neet gesjoate buuk, de letste wolf, de gesjtrubde knieen, ’t heurepeerd, ’t baakauf, de mauskow, d’r binnebier, ’t dèèmedeer, d’r sjtoeëtvoeëgel, en Hub vond dat ook de zeekbeer niet vergeten mocht worden.
Er werd wat afgelachen die morgen. En toen kwam die opmerking van Frans, die vond dat dus ook geete konden meetrekken. Men kwam echter tot de conclusie dat dit jaar zoiets niet meer haalbaar was. (De volgende dag trok er toch een zeekbeer mee!)
En na ’t volgende rondje zei iemand dat na het geslaagde kowrenne van 1939 wellicht dit jaar, aan het einde van de carnaval, op dinsdag, ter afsluiting van de slappe vertoning ook wel een geet moest worden opgelaten. “Dan maak ik ze,” zei They. “En ik geef ze een lik verf,” zei Frans. “En voor de ballonnen zorg ik,” zei Arnold.
They maakte tussen alle vieringen door zijn eerste geit van karton met poten van bamboestokjes. Frans verfde er ogen op en Bertha maakte het udder van een babymutsje met twee eraan gebreide dèème. En zo kwam de geit op het nippertje klaar op dinsdagmiddag 29 februari: de geet mit ee gesjtrikt udder.
Om een uur of vier druppelden wat mensen bij elkaar bij Arnold thuis. Deze had bij schoenenzaak Crijns in Brunssum een vijftiental met gas gevulde ballonnen gehaald. Een proeflancering onder de ‘sjop’ mislukte. Nog eens een vrachtje ballonnen, gestouwd in de ‘luukswage’, bleek samen met de eerdere voldoende kracht op te gaan leveren om de geit de lucht in te krijgen.
Intussen had Lei een brief gemaakt, in twee talen, om de eventuele vinder te informeren en contact op te laten nemen.
Het was tegen het vallen van de avond toen de geit met brief en veel bombarie van Arnold, in aanwezigheid van een handjevol carnavalsvierders, vanaf de Platz werd gelanceerd. ’t Lukte voortreffelijk!
Aansluitend werd bij Arnold spek en ei gegeten om een goede ‘boam’ te hebben, want er moest nog uitgegaan worden. Tijdens de maaltijd werden plannen gesmeed om ook volgend jaar ’n geit te lanceren, maar ook iets meer op touw te zetten voor kinderen. En niet alleen tijdens de carnavalsdagen, alhoewel een kinderoptocht op zondag een eerste doel werd.
En hoe noem je zo’n comité? Uiteindelijk viel de naam Hoej-Hoej-Comité. In 1959 namelijk nam aan de carnavalsoptocht een wagen deel waarop het Keulse Dreigestirn, staande temidden van veel boerenkool, werd uitgebeeld. Op deze wagen stonden naast Jan ook Arnold en Frans. En om niet alaaf of helau te roepen, riepen zij hoej hoej! Toen nog een woord zonder verdere betekenis.
Het Hoej-Hoej-Comité was dus nu opgericht en bestond uit Frans, Juup, Arnold, Lei, Sjeng en They, ook genoemd de Hoejers. Ze spraken af dat het Comité geen carnavalscomité of vereniging was en het ook nooit wenste te worden.
Doel was: zichzelf, anderen en ook kinderen gedurende het jaar (ook tijdens carnaval) te plezieren.
Reeds diezelfde dinsdagavond werd door velen geld aangeboden om iets te organiseren voor kinderen.
En toen het bericht binnenkwam dat de geit gevonden was door ene Günther Schopf uit Unna (D), toen was de bok vet. Het hele gebeuren kwam in een stroomversnelling. Binnen- en buitenlandse contacten werden gelegd. De geitenvinder werd bezocht, hij werd uitgenodigd, kwam, maakt de eerste kinderoptocht van Schinveld mee (in 1961, was een succes), liet de tweede geit op onder flinke belangstelling, zag even daarvoor ‘n 700 ballonnen het luchtruim kiezen, opgelaten door kinderen in hun ballonnenwedstrijd, maakte een zeer gezellige carnavalsdinsdag mee in de Schinveldse cafés.
Mevrouw Adams, die zo geweldig had aangedrongen en bijgedragen om iets voor de kinderen te doen, werd benoemd tot Gouden Hoej. Een aantal mensen die geholpen hadden bij het uitdelen van versnaperingen aan de optochtkinderen en bij het vullen en uitreiken van de ballonnen, werden lid van een werkcomité en later Bij-Hoejer genoemd. Enkele Bij-Hoejers van het eerste uur waren Huub, Sjra en Juuën. De naam HOEJ werd tenslotte ontrafeld in Help Oes Ege Jeugd. En in het begin van dat eerste jaar kwam, na gezamenlijke inspanning, het populaire lied van de geet tot stand:
En went de geet neet geet,
da geet ze neet, da geet ze neet, da geet ze neet,
Mer went die geet waal geet,
Da geet die geet, da geet die ganse geet.
Hoej Hoej!


***



Vandaag was het dus zover , de Hoej Geet werd opgelaten!
Precies om 15: 11 uur op de Platz .


Allereerst kwam de fanfare het Hoej lied spelen ( zie hierboven )




Daarna kwam het Hoej - Hoej Comité de ballonnen brengen waaraan de Geet vastgemaakt werd om zo de lucht in te kunnen gaan . 




De ballonnen worden vastgemaakt....






de windrichting word bepaald..




en de Hoej Geet is op weg!
Waar zal ie dit jaar terecht gaan komen?
Wie zal hem vinden?
Spannend ...




Helaas lukte het me vandaag niet om de Hoej Geet op een mooie manier op de foto te krijgen vanwege de enorme drukte,
dus even een foto gepikt van de site van de Hoej Geet van 2010.
Dan hebben jullie een indruk hoe ie er ongeveer uit zag.
Elk jaar is ie anders van kleur en altijd met een gesjtrikt udder
 ( gebreid uier )
Mooi he?




Ik ben heel erg trots op dit stukje traditie van het dorp Schinveld.
Heel mooi en bijzonder om te zien hoeveel zo'n kartonnen geitje los maakt bij mensen . Een hartverwarmend gevoel geeft dat.

Ik heb weer genoten zoals elk jaar,
het is een hoogtepunt waar ik steeds weer naar uitkijk.



Rest mij niks anders meer dan te zeggen;
Alaaf!



Liefs , * Haakjuffie *